Duo Concert

Foto kerk Lioessens

Herdenkings/bevrijdingsconcert

In gesprek met…

Gert ter Harmsel en Veronika ter Harmsel Havlíková namen in 2016 de oude hervormde Pastorie over van de zwager en zus van Gert; Gerard en Hannie van der Woude. Zoals u kon lezen in het artikel over evacuees in de 2e wereldoorlog, speelde de oude pastorie een rol in dat verhaal. Vandaar mijn keuze om de huidige bewoners eens te interviewen. Gert en Veronika waren al lang bekend met Morra. Gerts’ zus Hannie woonde al sinds 1984 met haar man.

De Hervormde Pastorie in Morra in 2019

Het huis zelf is rond 1860 gebouwd, althans een deel ervan. Er zijn vermoedens dat het huis nog in de 19e eeuw verdubbeld is qua grootte. Verschillende elementen in het huis wijzen erop, maar zeker ook de gevelsteen die naast de kleine voordeur zit en pas vorig jaar onder de klimop vandaan kwam! Dominees konden toen nog bij een beroep eisen stellen aan de woning die ze via het kerkbestuur mochten bewonen. Op de gevelsteen wordt gesproken over “de in 1894 verbouwde pastorie”. 

Gert heeft voor zijn werk over de hele wereld gezworven. Hij heeft altijd in de logistiek gezeten. In 1989 is hij bij Ahold gaan werken. Officieel woonde hij toen in Soest, maar hij zat voor zijn werk regelmatig in Centraal Europa, m.n. in Tsjechië. Via Brussel stuurde Ahold Gert naar Zuid en Centraal Amerika en woonde hij 5 jaar in Buenos Aires. Toen Ahold in 2003 in een diepe crisis belandde kwam daarmee tevens voor hem een einde aan het avontuur Ahold. Hij is toen voor zichzelf begonnen in Centraal Amerika. Na een jaar werd hij benaderd door zijn oude werkgever: De Rijke Transport en Warehousing. Hij is toen daar weer in dienst getreden en werd wederom uitgezonden naar Centraal Europa met woonplaats Praag, Tsjechië. Daar leerde hij zijn huidige vrouw Veronika kennen. 

Veronika is een echte Praagse. Via Gert leerde ze Nederland, Friesland en Morra kennen. Want ondanks alle omzwervingen over de hele aardbol was Morra voor Gert toch een vast punt in zijn leven. Hij logeerde met enige regelmaat bij zijn zus en zwager in de oude pastorie. En ook Veronika kwam graag mee naar Morra.

Toen Gert’s zus alleen overbleef in het huis besloot ze te gaan verhuizen. Het huis was haar te groot geworden. Op datzelfde moment ging Gert met pensioen en besloten ze samen, na 15 jaar Praag, op enig moment weer in Nederland te gaan wonen. Toen Veronika hoorde dat haar schoonzus de pastorie in Morra wilde verkopen was het snel besloten. Ze zouden de pastorie overnemen en in Morra gaan wonen. Voor zoon Erwin was de overgang waarschijnlijk het grootst.  Erwin  woont ook in Morra en ging eerst in Dokkum naar school en nu in Leeuwarden. Een hele overgang van Praag naar Friesland! 

De tuin is inmiddels het pronkstuk van het huis geworden. Uit bewaarde rekeningen uit 1865 bleek dat de oorspronkelijke tuin was aangelegd door tuinarchitect Gerrit Vlaskamp. De tuin werd destijds in 1865 in opdracht van Ds. Reddingius aangelegd.

Hoe de tuin er toen precies heeft uitgezien is onbekend, maar de tuin is nu weer zoveel mogelijk naar de ideeën van Gerrit Vlaskamp over de inrichting van tuinen gerenoveerd. Gert en Veronika wilden de tuin graag in originele staat terugbrengen en iedereen kan zien dat dat prima gelukt is. Als over een paar jaar de jonge aanplant ook tot wasdom is gekomen zal het een prachtig geheel zijn.

Er zijn meerdere tuinen van Vlaskamp bewaard gebleven ook in onze regio. Zie voor meer informatie http://www.gerrit-vlaskamp.nl. Het huidige ontwerp is gemaakt door Nico Kloppenborg uit Mantgum.

Over de geschiedenis van het huis is nog niet alles bekend. Wel is bekend dat de bewoners voordat de zus van Gert er woonde Albertus Daan met zijn vrouw waren. Daan had het huis weer van zijn moeder gekocht of geërfd. Wat er direct na de oorlog met het pand is gebeurd weten we niet. Wellicht is het een tijd verhuurd geweest door de kerk die eigenaar was totdat Albertus Daan het kocht.

Nieuw is de schuur die sinds enige tijd op het erf staat. (Nico Kloppenborg noemt het “koetshuis”). Vroeger hadden dominees vaker zo’n schuur of stal. Een dominee hield vaak ook wat vee om naast de “pastoraliën” in zijn inkomen te voorzien en dan was zo’n schuur of stal natuurlijk wel nodig.

Mocht iemand nog informatie hebben over de geschiedenis van de pastorie dan hoort Gert dat graag.

Een mooi pand met een mooie tuin en een hele geschiedenis erbij is bewaard gebleven voor Morra dank zij particulier initiatief! 

Feike van der Zee

Vluchtelingen in Morra-Lioessens

Vluchtelingen, evacués, onderduikers, asielzoekers, gelukszoekers, hoe ze ook mogen heten, ze hebben één ding gemeen: ze zijn van huis en haard verdreven en dat meestal door oorlogsgeweld.

Ook in Morra-Lioessens zijn vluchtelingen geweest. Nog niet zo lang geleden woonde aan de Doarpsstrjitte in Lioessens nog een ex-asielzoeker. En in de dorpen in de omgeving wonen ze nog steeds. Hoe we ze noemen heeft te maken met waar ze vandaan komen en waarom ze gevlucht zijn. Onderduiker klinkt heel anders dan asielzoeker, maar in wezen is het hetzelfde. Dit artikel gaat over vluchtelingen in de 2e wereldoorlog. En dat begint veel eerder dan ik verwacht had.

Op 10 mei 1940 kwamen de eerste vluchtelingen al aan. Het waren Kollumerlanders. Pas vlak voor de oorlog uitbrak werd besloten dat een deel van Kollumerland onder water gezet zou worden als de Duitsers kwamen. Om kwart voor 5 op die tiende mei werd besloten dat de boel onder water gezet zou worden, geïnundeerd wordt dat genoemd. Ongeveer 3700 mensen en 7000 stuks vee uit de dorpen Munnekezijl, Warfstermolen, Burum, Kollumerpomp, Triemen, Westergeest en delen van de dorpen Kollum, Oudwoude en Augsbuurt moesten naar het noorden. De brug over bij Dokkumer Nieuwe Zijlen en bij het Steenvak in Ee. Een grote operatie die niet nodig was. Het water steeg niet snel genoeg en de Duitsers waren al voorbij voordat de sloten helemaal vol stonden. De volgende dag kon iedereen weer terug naar huis. Op de avond van de 11e mei was iedereen weer thuis, behalve het vee. Dat liet zich niet zo makkelijk leiden en was vaak ook niet gemerkt zodat het lang duurde voordat iedereen zijn vee weer terug had.
Over de juiste aantallen naar Oostdongeradeel gevluchte evacués zijn geen cijfers bekend. Volgens een opgave in het archief van Kollumerland c.a. zijn er uit vijf dorpen van die gemeente maar liefst 2481 mensen, 5450 paarden en rundvee en 2975 schapen naar Oostdongeradeel gevlucht. Of dat klopt valt te betwijfelen, er is namelijk bekend dat veel mensen zelf een plekje vonden, bij familie of kennissen, en ook niet iedereen is echt op weg gegaan. Naast de officiële achterblijvers (politieagenten, ambtenaren, groepsleiders enz.) waren er genoeg anderen, zo ondervond Rimpt de Vries: ‘De enkelen die hier waren gebleven lachten ons behoorlijk uit: ‘Dat jullie niet meer verstand hebben,’ zeiden ze en maar lachen.’ 
Daartegenover waren er ook evacués die liever in Oostdongeradeel wilden blijven. Zo vertelde Anna Fokkema, dochter van bakker Anne Fokkema te Lioessens, dat bij hen een mevrouw was ondergebracht. Zij bleef een paar dagen, luisterde graag naar de Duitse radio en zei dat ze liever in Lioessens wilde blijven. De familie Fokkema heeft haar met zachte dwang ‘weggestuurd’ en hoorde later de waarschijnlijke reden: er waren relationele problemen.

Zeeuwse vluchtelingen
In 1943 keerden de kansen voor de Duitsers en besloten ze om begin 1944 een groot deel van Zeeland en Zuid-Hollandse eilanden onder water te zetten. Dat zorgde voor een stroom evacués of vluchtelingen die ook het noord-oosten van Friesland bereikte. Ook in Morra en in Lioessens kwamen Zeeuwen. Onder andere in de Pastorie van Morra, die leeg stond, heeft een gezin gewoond. Inclusief schoonfamilie 10 personen.

Marten en Geertje Rispens-Jorna met vluchteling Hans (Johannes) van de Meeberg. Uit de collectie van de familie Lieuwe Rispens Mitselwier

Evacués uit de regio Arnhem
In september 1944 hoopte men op een spoedige bevrijding. Deze hoop vervloog echter snel na het debacle van de Slag om Arnhem. Heel Arnhem en omgeving lag in puin en meer dan 130.000 mensen moesten op de vlucht voor oorlogsgeweld. In Friesland moesten 12.000 vluchtelingen uit Nijmegen, de Betuwe en wellicht ook uit Gelderland gehuisvest worden. De eersten hiervan werden in de noordelijke gemeentes gehuisvest zodat er in het zuiden van de provincie nog plaats over zou blijven voor 15.000 vluchtelingen die nog op de Veluwe zitten.

Het vervoer werd door boeren verzorgd. Voor Friesland betekent dit dat de boeren van Wolvega de mensen van Steenwijk halen, boeren uit Heerenveen halen ze, na de warme maaltijd, uit Wolvega en brengen ze in Heerenveen waar overnacht wordt. De volgende nacht gaat het op dezelfde manier van Heerenveen via Akkrum naar Irnsum waar weer overnacht wordt en ze de volgende dag via Wijtgaard naar Leeuwarden worden gebracht waar ze misschien in het Beursgebouw of in scholen kunnen overnachten. Op 8 november 1944 komen de eerste vluchtelingen, een groep van 253 personen aan in Dokkum en ze moeten naar Anjum. Ze worden ondergebracht in schoolgebouwen, kunnen slapen en eten krijgen en de volgende dag gaan ze met boerenwagens naar Anjum. Het vervoer van Leeuwarden naar Dokkum wordt uiteindelijk op initiatief van Wouda van de Dokkumer boot, per boot gedaan in plaats van per boerenkar.

In totaal zijn er 19 transporten van Leeuwarden naar Dokkum geweest. Bij elkaar waarschijnlijk 5000 mensen. Die moesten allen in Dokkum en in de dorpen rondom Dokkum gehuisvest worden.

Deze foto illustreert hoe vol het was bij boe Doede Heeringa aan de Alddyk te Lioessens. Vlnr: Tjitske Groenia, Lieuwe Klimstra, Rense Dijkstra, Jaap Groothof (overgekomen neef), Broer Elzinga (onderduiker), Jasper Meinsma, Jelle Visser, Jan Sapes Dijkstra, Arie van Echten (onderduiker), Jeanne Veerman (hongervluchteling), Bep de Vries. De andere hongervluchtelinge staat niet op de foto, ook het eigen gezin van boer Doede Heeringa niet.
Uit de collectie van Goai Holwerda-Heeringa)

Vluchtelingen uit Roermond
In november 1944 brandde de strijd om Roermond en Venlo los. De Duitsers hadden de Maasbruggen vernield en waren niet van plan om deze steden aan de oostkant van de Maas op te geven. De burgers zaten tussen twee vuren en leefden wekenlang grotendeels in kelders, slechts als er een gevechtspauze was, kon er voor eten en drinken gezorgd worden. Op 19 januari 1945 werd Roermond op bevel van de Duitsers geëvacueerd. In totaal zijn er zo’n 32.000 mensen uit Roermond en omgeving geëvacueerd. Hiervan zijn 20.000 in Friesland terecht gekomen. In Lioessens werd onder andere de familie Geraeds bestaande uit 10 personen gehuisvest.

Hongervuchtelingen
De winter van 1944 was voor velen in het westen een echte horrorwinter. Er was nauwelijks eten, nauwelijks brandstof en de Duitse terreur nam alleen maar toe. Vele kinderen werden ondergebracht in gebieden waar het beter was. Zo verschenen ook hier de hongervluchtelingen. Het waren veelal kerkelijke organisaties die dit van de grond tilden. Een van de initiatiefnemers was dominee Douwe Feenstra van de gereformeerde gemeente van Morra-Lioessens. Al vanaf 1942 zorgde hij ervoor dat Leidse kinderen in Lioessens ‘s zomers konden bijkomen. In Lioessens zijn 103 en in Morra 62 hongervluchtelingen opgevangen. En dit dus naast de andere vluchtelingen die er al waren!

De Hervormde Pastorie in Morra in oorlogstijd. Uit de collectie van Doede Douma.

Statistieken
Aantallen zijn moeilijk te geven. Er werd bewust niet altijd geadministreerd, daarnaast is ook veel verloren gegaan. Er is echter wel wat bekend.
Een vergelijking met de hedendaagse situatie bij de opvang van vluchtelingen:
Er woonden in 1944 in Oostdongeradeel 8624 ‘zielen’. Dat betekent dat de evacués zorgden voor 20,9% extra inwoners, oftewel op elke vijf inwoners kwam er één evacué bij. In maart 2016 telde de gemeente Dongeradeel 23.891 inwoners. Dat betekent dat er nu verhoudingsgewijs 4993 asielzoekers opgevangen zouden moeten worden. Navraag bij de gemeente leert, dat er sinds 2013 aan 142 vergunninghouders een plaats moest worden gegeven, hetgeen ook gelukt is trouwens. Dat is in vier jaar tijd 0,6% extra inwoners. Het asielzoekerscentrum dat ooit bij het Tolhuispark stond, bood plaats aan 600 asielzoekers, dat is 2,5%, dat steekt schril af tegen de 20,9% van destijds. 

NB: In het korte bestek van dit verhaal kan ik geen recht doen aan alles wat er gebeurd is. Dat zou te groot worden. Bepaalde groepen vluchtelingen zijn niet genoemd omdat geen van hen in Morra-Lioessens terecht is gekomen. De artikelen die ik als bron gebruikt heb, zijn echter allen gepubliceerd en in te zien in het archief in Dokkum. Ze zijn opgenomen in De Sneuper, contactblad van de Historische vereniging Noordoost-Fryslân, de nummers 24, 25, 27 en 28. Waarschijnlijk eind dit jaar en begin volgend jaar verschijnen er boeken over de vluchtelingen die in 1940-1945 naar Oostdongeradeel kwamen.

Feike van der Zee
Met dank aan Doede Douma en Reinder Tolsma voor de informatie.

Koningsdag 2019

Baukje Anna twadde prys

Grieteke Schrama fan basisskoalle Mooitaki út Bitgummole is tiisdeitemiddei 16 april earste wurden mei it Lyts Frysk Diktee yn it provinsjehûs te Ljouwert. Twadde waard Baukje Anna Klimstra fan basisskoalle De Griffel yn Ljussens. Emma Koree fan basisskoalle De Eker yn Anjum einige op it tredde plak.
Der dienen mei inoar 22 learlingen van 10 skoallen mei oan de finale.

De organisaasje fan it diktee is yn hannen fan Cedin, Afûk, Fryske Akademy en de provinsje Fryslân.

Diamanten bruidspaar de Boer in Lioessens

Diamanten bruidspaar de Boer Lioessens Dinsdag 23 april jongsleden was het zestig jaar geleden dat Gerrit de Boer en Eke de Boer-Dijkstra in het huwelijk traden. Ter gelegenheid van deze bijzondere gelegenheid gaf muziekkorps Advendo woensdagavond een feestelijke serenade aan het diamanten bruidspaar.

Marjol Flore zingt

Beweging in dossier Melkfabriek

Zoals we in dit artikel al uitgebreid beschreven; het is een kwestie van lange adem. Maar, stap voor stap gaan we ons doel bereiken. Vorige week heeft onze kersverse gemeente Noardeast-Fryslân een last onder dwangsom opgelegd aan de eigenaar van de voormalige melkfabriek. In ongeveer 12 pagina’s legt de gemeente haarfijn uit aan de eigenaar dat hij ofwel de boel moet opknappen, ofwel slopen, of met haalbare plannen komen. Hij krijgt hiervoor tot in juni de tijd en anders moet hij € 30.000 ineens betalen.

Wij beseffen ook dat het allemaal nog wel even kan duren. De eigenaar kan bezwaar aantekenen of, dat is tot nu toe de tactiek, hij komt op het laatste moment met plannen. Dan moet de gemeente dit weer beoordelen en worden er brieven heen en weer gestuurd, en weer een jaar verder. Wij hopen dat met de recente brief de eigenaar eindelijk verantwoordelijkheid neemt en doet wat hij al jaren roept; er iets moois van maken.

Voor de geïnteresseerde….

Lioessens houdt ledenvergadering

De jaarlijkse ledenvergadering van Dorpsbelang en Oranjevereniging werd vrijdag 22 februari goed bezocht. Vanuit de leden werden onder andere vragen gesteld over het Dorps Bos, waar gigantisch in gesnoeid is en gerooid vanwege de Essenziekte. Alles is echter nog lang niet opgeruimd. Voorzitter Tom van Dijk kon vertellen dat Staatsbosbeheer komend jaar alles gaat opruimen. Zij blijven ook het beheer houden over de dorpsbossen. Lioessens is in aanmerking gekomen voor het DorpsOntwikkelingsMaatschappij. 2.0 project. Gerben Teitsma en Tettie Stiemsma vertelden over plannen en idealen die de dorpsbewoners middels een enquête vorige zomer konden aandragen en waar een selectie uit is gemaakt die de komende vijf jaren met werkgroepen uit de dorpen kunnen worden gerealiseerd. Tom van Dijk trad af als voorzitter en wordt opgevolgd door Renze Stiemsma.

dav